aanhoren - ten aanhoren van aanleiding -naar aanleiding van aanschouwen - ten aanschouwen van aanstalten -aanstalten maken aanzien - ten aanzien van aanzien - te zijnen aanzien aard - van dien aard algemeen - ten algemenen nutte alle -in allen gevalle alle -in allerijl alle -te allen tijde ander -ten anderen male ander -ter andere zijde ander -uit anderen hoofde anker -ten anker liggen antwoord -ten antwoord ar - in arren moede attentie -ter attentie van
baat - te eigen bate, ten eigen bate baat - ten bate van beantwoording - ter beantwoording bedrag - ten bedrage van been - ter been begin - in den beginne begin - van den beginne af behoeve - ten behoeve van bekostiging-ter bekostiging bekwaam-te bekwamer tijd belang-in ons beider belang beloop-ten belope van berde- te berde brengen berg-te berge rijzen beschikking - te mijner/uwer/harer/zijner/onzer/hunner beschikking beschikking - ter beschikking (stellen) besluit - ten besluite best - ten beste bestemd - ter bestemde plaatse bestemd - te bestemder tijd beurs - ter beurze beurt - te beurt vallen beweging - eigener beweging bewijs - ten bewijze (van) bezichtigen - ter bezichtiging blijk - ten blijke blind - in den blinde bloed - in koelen bloede bloed - tot bloedens toe bloed - van koninklijken bloede boek - te boek (staan) boos - uit den boze boven - te boven breed - in den brede breed - ter breedte van brood - om den brode buiten - te buiten bureel - ten (mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen) burele
dag - aan de dag leggen, aan den dag leggen dag - dag des Heren dag - dezer dagen dag - heden ten dage dag - ten dage van dag - ten eeuwigen dage dag - voor de dag komen, voor den dag komen dans - ten dans deel - ten deel vallen deel - ten dele derde - ten derde derde - ten derden male deze - bij dezen deze - te dezer plaatse deze - te dezer/dier zake die - in dier/dezer voege die - met dien verstande die - te dien aanzien/einde/opzichte die - uit dien hoofde die - van dien die - van dien aard dienst - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen dienste dienst - ten dienste van doel - ten doel (stellen) doen - in goeden doen dom - zich van de domme houden, van den domme houden dood - ten dode (opgeschreven) dood - ter dood veroordelen, brengen dood - uit den dode opstaan doop - ten doop houden duivel - des duivels duur - op de lange duur duur - op den duur, op de duur
eed - onder ede een - ter ener zijde, ter eenre zijde eer - te mijner/uwer/harer/zijner/onzer/hunner ere eer - ter ere van eer - ter meerdere eer en glorie eerste - ten eerste eeuwig - in der eeuwigheid eeuwig - ten eeuwigen dage eigen - te eigen bate eind - te dien einde eind - ten einde brengen eind - ten einde raad einde - ten einde toe elf - te elfder ure enenmale - ten enenmale enig - te eniger tijd
gans - van ganser harte gast - te gast gebrek - in gebreke (stellen, blijven) gedachtenis - te mijner/uwer/harer/zijner/onzer/hunner gedachtenis geen - in genen dele gehoor - ten gehore brengen gek - van de gekke geld - te gelde maken gelegen - te gelegener tijd/plaats gelegenheid - te dezer gelegenheid gelegenheid - ter gelegenheid van geleide - ten geleide genoeg - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen genoegen genoeg - ten genoegen van gerief - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen gerieve gerief - ten gerieve van gerucht - bij geruchte (vernemen) geschenk - ten geschenke (geven, krijgen) geschrift - in geschrifte getal - in groten getale getal - ten getale van geval - in allen gevalle gevolg - ten gevolge van glorie - ter meerdere eer en glorie goed - in goeden doen goed - te goeder naam en faam goed - te goeder trouw goed - ten goede (komen) goed - van goeden huize, wille goedkeuring - ter goedkeuring graf - ten grave (dragen) grond - te gronde (gaan, richten) grond - ten gronde grondslag - ten grondslag grootte - ter grootte van gunst - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen gunste gunst - ten gunste van
haar - haars inziens haar - haars weegs haar - te harent haar - te harer beschikking,informatie, verontschuldiging half - ten halve hand - ter hand stellen hart - ter harte hart - van (ganser) harte heden - heden ten dage heel - ten hele Heer - dag des Heren heinde - van heinde en ver(re) hel - ter helle (gaan, nederdalen, varen) helft - bij helfte (verdelen) herdenking - ter herdenking van herinnering - ter herinnering aan hier - hier te lande hier - hier ter stede hof - ten hove hoofd - uit anderen/dien hoofde hoofd - uit hoofde van hoog - in den hoge hoog - in hoge mate hoog - ten hoogste huis - dochter/heer/vrouw/zoon des huizes huis - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen huize huis - ten huize van huis - van goeden huize hulp - te hulp (komen, schieten) hun - huns inziens hun - huns weegs hun - te hunnent hun - te hunner beschikking, informatie, verontschuldiging huwelijk - ten huwelijk vragen
kantoor - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen kantore kantoor - ten kantore van katholiek - van katholieken huize kennis - te mijner/uwer/harer/zijner/onzer/hunner kennis kennis - ter kennis kerk - ter kerke keuze - ter keuze klok - klokke twaalf koel - in koelen bloede koning - in naam des konings koningin - in naam der koningin koninklijk - van koninklijken bloede kost - ten koste van kust - te kust en te keur kwaad - te kwader trouw kwaad - ten kwade
land - (hier) te lande land - in den lande last - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen laste last - ten laste leggen last - ten laste van lest - ten langen leste lijf - aan den lijve lijf - in levenden lijve linkerzijde - ter linkerzijde luid - met luider stem(me)
maal - ten anderen/tweeden/derden male maal - ten enenmale macht - bij machte mens - des mensen midden - te midden van mijn - mijns inziens mijn - te mijnent mijn - te mijner beschikking, informatie, verontschuldiging min - in der minne schikken moed - te moede moede - in arren moede mond - bij monde van
naam - (u/ons) aller/beider naam naam - in naam der koningin naam - in naam der wet naam - in naam des konings naam - met name naam - te goeder naam en faam naam - ten name van naast - ten naaste bij nadeel - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen nadele nadeel - ten nadele van nagedachtenis - ter nagedachtenis van natuur - van nature nauw - ten nauwste nood - van node noorden - ten noorden van nul - van nul en generlei waarde nut - ten algemenen nutte nut - ten nutte van
offer - ten offer (brengen, vallen) onder - onder ede onder - ten onder gaan onheil - plek/plaats des onheils onpas - te pas en te onpas onrecht - ten onrechte ons - ons aller/beider aanwezigheid/belang/naam/vriend ons - onzes inziens ons - te onzen aanzien/bate/behoeve/dienste/genoegen/gerieve/gunste/ kantore/laste/nadele/voordele ons - te onzer beschikking/ere/informatie/kennis/oriëntering/verontschuldiging ons - te onzent onverricht - onverrichter zake oor - ter ore (komen) oosten - ten oosten van opzicht - ten opzichte van oriëntering - te mijner/uwer/harer/zijner/onzer/hunner oriëntering overstaan - ten overstaan van overvloed - ten overvloede overweging - ter overweging
paleis - ten paleize pas - te pas en te onpas pers - ter perse plaats - de plaats des onheils plaats - ter bestemde plaatse plaats - te gelegener plaats plaats - ter plaatse plek - plek des onheils plek - ter plekke prooi - ten prooi (aan)
raad - met voorbedachten rade raad - te rade gaan raad - ten einde raad recht - in/buiten rechte recht - ten rechte rechter - te rechter tijd rechterzijde - ter rechterzijde rust - te ruste, ter ruste (leggen)
schande - te schande schrijver - schrijver dezes spijt - ten spijt (van) spoedig - ten spoedigste sprake - ter sprake staand - op staande voet stad - te stade (komen) stede - hier ter stede stede - in stede van steen - steen des aanstoots stellig - ten stelligste stem - stem des volks streng - ten strengste strijd - ten strijde (trekken)
tafel - ter tafel (brengen) teken - ten teken tenlastelegging - tenlastelegging, te lastlegging terzelfdertijd - terzelfdertijd, tezelfdertijd tijd - bij tijd en wijle tijd - de tand des tijds tijd - te allen tijde tijd - te bekwamer/eniger/juister/gelegener/rechter/zijner tijd tijd - te bestemder tijd tijd - ten tijde van tijd - te zijner tijd tijd - toentertijd toneel - ten tonele trouw - te goeder/kwader trouw twee - ten tweede twee - ten tweeden male
u - u aller/beider aanwezigheid/belang/naam/vriend uit - uit anderen hoofde uit - uit den boze uit - uit hoofde van uitvoer - ten uitvoer uur - te elfder ure uw - te uwen aanzien/bate/behoeve/dienste/genoegen/gunste/huize/kantore/
laste/nadele/voordele uw - te uwent uw - te uwer beschikking/ere/informatie/kennis/oriëntering/verontschuldiging uw - uws inziens
vader - vader des vaderlands val - ten val brengen veel - op veler verzoek veld - te velde verdediging - ter verdediging verdeling - ter verdeling van vergadering - ter vergadering verkoop - ten verkoop verontschuldiging - te mijner/uwer/harer/zijner/onzer/hunner verontschuldiging verontschuldiging - ter verontschuldiging verscherping - ter verscherping verstand - met dien verstande vervelen - tot vervelens toe vervoer - ten vervoer vervolg - in den vervolge vervolg - ten vervolge (op) voet - ten voeten uit vol - ten volle voldoening - ter voldoening van voorbedacht - met voorbedachten rade voorbeeld - ten voorbeeld voordeel - te mijnen/uwen/haren/zijnen/onzen/hunnen voordele voordeel - ten voordele van voorkoming - ter voorkoming van vreemd - in den vreemde vrees - met groten vreze vriend - (u/ons) beider/aller vriend
waarborg - ten waarborg stellen waarde - ter waarde van waarde - van nul en generlei waarde wereld - ’s werelds wereld - ter wereld westen - ten westen van wet - in naam der wet wijl - bij tijd en wijle wil - ter wille van wil - van goeden wille wil - willens en wetens